Schokkende onderzoeksresultaten inzake Proosdij

Meer Vandaag heeft het onderzoeksrapport inzake de Proosdij in handen gekregen. Dit onderzoek is ingesteld naar aanleiding van de blunders die zijn gemaakt tijdens de bouw van de proosdij en de raadszaal. Het rapport concludeert dat er veel fouten zijn gemaakt in de hele kwestie. De resultaten zijn inmiddels bekend en schokkend te noemen. Zo zijn er afspraken die niet contractueel zijn vastgelegd, tekeningen die niet kloppen en zijn er veel fouten gemaakt door ambtenaren binnen het gemeentehuis.  De projectleider, een ambtenaar van de gemeente, wordt door de rekenkamer als primair verantwoordelijk gehouden voor de gemaakte fouten in de kwestie Proosdij. De door de kwestie opgestapte oud-wethouder Houben treft, volgens de onderzoekers, geen blaam.

Aanleiding voor het onderzoek
De aanleiding voor een onderzoek naar de gang van zaken inzake de verkoop en verbouwing van de Proosdij, was een unaniem aangenomen voorstel binnen de gemeenteraad op 25 april 2018. Hierop werd het verzoek voorgelegd aan de Rekenkamercommissie. Deze zogenaamde Rekenkamercommissie verricht onafhankelijk onderzoek over procesgangen binnen het gemeentelijk beleid. Gezien de ontstane maatschappelijke onrust over de kwestie Proosdij heeft de commissie besloten dit onderzoek urgentie had.

Overeenkomst BAM.
In maart 2012 werd een realiseringsovereenkomst getekend tussen de gemeente en projectontwikkelaar BAM. Het pand zou verkocht worden voor 425.000 euro. Binnen de gestelde termijn van 3 jaar vond BAM geen belegger of uitbater. In overleg werd vervolgens besloten de overeenkomst te beëindigen.  De gemeente zette het pand vervolgens zelf opnieuw in de markt voor €200.000. Om het verlies voor de gemeente enigszins te compenseren werd besloten om in het horecapand ook de nieuwe raadszaal te realiseren.

Verkeerde taxatie
Er werd een mogelijke koper/exploitant gevonden. Deze exploitant eiste echter dat op de zolderverdieping ook een woning gerealiseerd zou worden. Er is echter door de gemeente verzuimd om na deze opwaardering van het pand opnieuw een taxatierapport te laten opstellen. Als dit wel was gebeurd, dan was de taxatiewaarde van het pand beduidend hoger uitgevallen. De waarde zou zijn gestegen van € 200.000 naar € 450.000.

De realiseringsovereenkomst
Op 11 april 2017 wordt een realiseringsovereenkomst getekend tussen gemeente en de huidige eigenaar. Er werden afspraken gemaakt zoals het gebruik van de ruimte als raadszaal en de hoeveelheid daarvan. De binnenplaats van het bestuurscentrum mocht kosteloos gebruikt worden als terras vanaf 10.00 uur. (In het collegevoorstel stond echter vanaf 18.00 uur).

Raadszaal-functie niet vermeld
In de overeenkomst stond daarbij ook niets vermeld over de raadszaal-functie van het pand of dat de eigenaar verplicht is om dit te realiseren. Ook stond nergens gemeld dat het podium gesloopt diende te worden om voldoende plaats te bieden aan het meubilair van de raadszaal.

Conclusies binnen het rapport
-Zowel de eigenaar/exploitant als de projectleider/ambtenaar waren op de hoogte van de fouten in de overeenkomst. De ambtenaar heeft willens en wetens ervoor gekozen om de fouten niet te herstellen, zolang hij kon. Hij heeft hiermee zijn werkgever, de gemeente, in een juridisch nadelige positie gebracht.
-Terwijl de overeenkomst met BAM nog van kracht was (tot 28 maart 2015) waren er al onderhandelingen met de huidige eigenaresse. De gemeente tekende met de huidige exploitant al een intentie-overeenkomst op 10 februari 2015. Toen was de termijn met BAM nog niet verstreken.
-De exploitant wist dat de openingstijden van het terras 18 uur moesten zijn en niet zoals in de overeenkomst stond 10 uur. Enkele uren voor ondertekening had de exploitant hierover nog een discussie met de ambtenaar.
-In de overeenkomst staat nergens vermeld dat het project mede gericht is op raadszaal functie en dat de exploitant hiervoor verantwoordelijk is.
-De Gedeputeerde Staten hebben een subsidie verleend voor duurzame herbestemming van de Proosdijschuur van 165.000 euro. Het is niet duidelijk of de “gewijzigde verbouwing” hierop  van invloed is. De commissie weet niet of de gemeente hiervan melding heeft gemaakt richting Gedeputeerde Staten.
-Tevens zijn de onderzoekers van mening dat de toenmalige verantwoordelijk wethouder Guido Houben geen enkele blaam treft. Hij wist niet van de gewijzigde openingstijden van het terras in de overeenkomst. Volgens de commissie moet een wethouder kunnen vertrouwen op zijn ambtenaren.
-In de overeenkomst wordt verder verwezen naar een besluit dat genomen is door het Presidium, terwijl formeel alleen College en Gemeenteraad een besluit mogen nemen.
-Tot slot hebben de onderzoekers geconstateerd dat er geen enkele bepaling in de overeenkomst is opgenomen m.b.t. een faillissement.

Lees vorig bericht

De Kloomp opnieuw in finale LVK

Lees volgend bericht

Uitgelicht: Tekorten WMO & Speeltuin ST. Joseph in nood