Column: Ons dorp

De kleinschaligheid ligt op alle fronten onder vuur. Globalisering, fusie van organisaties en gebieden. Kiezen voor kleinschaligheid wordt steeds moeilijker. Alles lijkt op te gaan in een groter geheel. Als je als mens geborgenheid en overzicht wil, moet je je terugtrekken in je eigen kleine wereld thuis, “cocooning” heet dat geloof ik. Je woonplaats maakt een groot deel van je levensgenot uit en vele hebben niet voor niets gekozen voor het dorp. Maar het dorp wordt van alle kanten bedreigd…

Wie kent niet het lied van Wim Sonneveld waarin hij bezingt hoe zijn dorp er vroeger uitzag en met weemoed aanschouwt wat het nu geworden is. Het zit vol met heimwee en melancholie. Een hunkering naar vroegere tijden waarin alles beter was, iets wat door iedere generatie wordt beweerd. Vaak tot stand gekomen als gevolg van een selectief geheugen en andere verdrongen minder leuke herinneringen. Maar toch zit er een kern van waarheid in. Zaken die het leven veraangenamen moeten onthouden worden; ze kunnen je immers ook in de toekomst weer van pas komen. Een ideale woonplaats die je al dan niet zelf gekozen hebt wil je graag behouden. Je voelt je er prettig en veilig en je hebt er overzicht.
Die karakteristieken heeft een dorp vaak. Een verzameling van mensen die wonen en elkaar tegenkomen in een vertrouwde omgeving.

Die vertrouwde plek staat steeds meer onder druk. De overheid wil dat er zo veel mogelijk gemeenten bij elkaar gaan; de welbekende fusiedrift. Al dan niet gedreven door financiële problematiek zoekt zij de oplossing in een centralisatie van bestuur, gedeelde voorzieningen en infrastructuur. Er moet “groter en breder” gedacht worden en de individuele inbreng van bestuurders mag er eigenlijk niet meer toe doen. Het is vreemd te moeten constateren dat een samenleving die overloopt van luxe en overvloed, niet in staat is op kleine schaal te blijven functioneren. De kosten blijken niet meer in de hand te kunnen worden gehouden en een spreiding daarvan onder een grotere populatie lijkt de oplossing.

Maar wellicht zijn er een hoop mensen bereid om te betalen voor geborgenheid, eigenheid, identiteit en misschien voor nog meer eigenschappen van een dorp. Die mogelijkheid moet er zijn. Velen hebben hier ooit bewust voor gekozen of zijn gebleven waar ze geboren zijn. Ze willen leven in een plaats waar ze zich goed voelen. Niet meer dan dat. Je kunt je afvragen of je als overheid dit zomaar kunt veranderen.

Nu kom ik misschien wel erg pessimistisch en dramatisch over als het gaat om fuseren van dorpen. Je hoeft immers niet te verhuizen, je buurman blijft naast je wonen en door de straat komt waarschijnlijk niet opeens meer verkeer. Maar het gaat om het gevoel. Te mogen horen tot een gemeenschap waarmee je gezamenlijk gebeurtenissen hebt meegemaakt, de cultuur deelt en misschien samen ook opkomt voor belangen en het voortzetten van tradities, is niet in geld uit te drukken maar mag wat mij betreft wat kosten.

En dan zijn er natuurlijk ook nog soorten fusie’s. Kleine kernen of gehuchten kunnen in elkaar opgaan, dorpen kunnen fuseren, steden kunnen samengaan of een combinatie daarvan: de fusie van een dorp met een stad. Deze laatste soort ligt op de loer voor Meerssen. Maar eerst is er nog de tussenvorm: de regiegemeente. Dit “opgelegde partnerschap” met Maastricht gaat er hoogstwaarschijnlijk komen en dan zal een stadse visie onderdeel uitmaken van een dorps sentiment. Of dit klikt, waag ik te betwijfelen. We zullen ons bestuur niet verliezen en onze gemeenteraad blijft operationeel maar stadse en dorpse belangen en prioriteiten verschillen nu eenmaal van elkaar.

Hoe de toekomst voor ons Meerssen er uit zal zien, niemand kan het echt weten. Krijgt Maastricht een tweede Basiliek en worden de plaatsnaamborden met “Meerssen” vervangen door wijknummer “X”? Maar misschien wordt en het ook wel een vredig en prettig partnerschap met goede afspraken zonder hiërarchie.

Wat ik niet wil is dat ik over enkele jaren terug kijk en moet vaststellen dat mijn woonplaats veel charme en eigenschappen heeft moeten inleveren waarvan ik zo hield. En dan niet hoef te zeggen waar Wim Sonneveld zijn lied mee afsluit: “hoe kon ik weten dat dat voorgoed voorbij zou gaan”.

Roel Koch
Redacteur en verslaggever MeerVandaag

Vinkmag ad

Lees vorig bericht

Meer bekeken “doa moste met ljerre leve” met Leon Volders

Lees volgend bericht

Gratis poëzieavond in de bibliotheek