Honderd

Het was nogal warm. Ik zat in de tuin en keek naar boven. De lucht was strak blauw en enkele vliegtuigen trokken daaronder als vanouds hun witte sporen. Jammer. Over de toppen van het Kalverbos naderde een reiger. Hij draaide boven de weiden rond het huis een aantal rondjes, schijnbaar doelloos. Met de klok mee, tegen de klok in, totdat hij – een besluit genomen – koers zette naar de Watervalderbeek. Op zoek naar iets te snacken, leek me zo. Hij verdween achter de nok van het dak. Ik moest denken aan Maarten Biesheuvel. Die was vandaag overleden. Het zou hem geen moeite hebben gekost over wat die reiger bij de beek meemaakte een waanzinnig verhaal te schrijven. Ooit, ik was nog jong, benijdde ik Biesheuvel zeer om zijn talent. Later drong tot me door dat dat talent wortelde en bloeide in echte krankzinnigheid. Ik vroeg me af of je er dan nog wel zo blij mee moest zijn.

Maar, nog even verder over vogels. Ik had er al eerder over willen schrijven maar het kwam er maar niet van. De mussen rond ons huis. Sinds enkele weken hebben we een nest of vier jonkies rondvliegen. Ze zijn nietsontziend en steken op de meest onverantwoorde momenten laag de weg langs het huis over. Ze blijven onaangedaan allerlei in mijn ogen oneetbaar spul uit de goot langs de weg pikken. En ondertussen rijdt de bus van Arriva ze op een haar na dood. De ouders zien het allemaal gebeuren maar realiseren zich dat ze niets meer te vertellen hebben over dat onbesuisde spul. Het is nu eenmaal zo: op de wereld zetten, loslaten en hup, volgend jaar weer nieuwe. Overigens, deze week zou mijn moeder 100 jaar zijn geworden. Ze werd 92 en was heel langzaam opgeraakt. Ze bleef wel nog heel lang goed bij de pinken maar ze was steeds vaker steeds langer moe. En dan houdt het gewoon een keer op.

Over 100 jaar gesproken, dit jaar wordt het huis van die nok waarachter die reiger verdween en waarin wij wonen 100 jaar. Althans een klein deel ervan. Je kunt met een beetje moeite en fantasie de geschiedenis van het op-, bij- en aanbouwen lezen in de gevels en de binnenmuren. Ik kwam enkele weken geleden in het bezit van enkele jaargangen van de Maasgouw. Die verscheen voor het eerst in 1879. Toen stond ons huis er nog niet. Het zal toen wat bebouwing betreft sowieso een stuk kaler en minder druk zijn geweest in en rond Meerssen. In de eerste aflevering van die Maasgouw – Weekblad voor Limburgse Geschiedenis, Taal- en Letterkunde – is op pagina 3 Meerssen al meteen aanwezig. In 1562 telde het dorp Meerssen 58 huizen. De gehuchten Weerdt 21, Raer 8, Waterfal 10, Rothem en de hof Hartelt 15, Lemmel 24, Ulestraten 45, Morvelt 9, Ambij 30. Maar, geen woord over Bunde of Geulle. Sorry, maar aan mij ligt het niet.

Vinkmag ad

Lees vorig bericht

Tosje os gezag en gezjwege afl 3 – de grotten

Lees volgend bericht

Twee autobranden in Meerssen