Kou

We waren een weekje weg. Daar waren we wel aan toe. Wonen in Meerssen is absoluut oké maar er zo nu en dan even niet zijn, is ook niet fout. De keuze was op Texel gevallen. Prachtig eiland. Daar waren we een jaar of twintig geleden al eens geweest. In het weekeinde dat Willem-Alexander Maxima voorstelde aan het volk. We zagen er midden in Den Burg maar wel van een afstandje de stevige, grijze reus Jan Wolkers en zijn geliefde en muze Carina die samen onhandige dingen in een grote, al behoorlijk oude Volvo stouwden. En we zagen er Connie Palmen die op zaterdagavond zou optreden in een of andere culturele ruimte. Naast haar liep Hans van Mierlo in een lange jas die lichtjes wapperde in de wind.

Het was koud, dat weekeinde. Het woei bitter. Ik was in het gelukkige bezit van een suffe pet met oorkleppen en op een van de foto’s van dat weekeinde – nog analoog – sta ik op de ooster zeedijk; het moet dichtbij het Lancastermonument zijn geweest. Naast het uitzicht over de Waddenzee is dat zo’n beetje het enige dat daar de moeite waard is om voor uit een warme auto te stappen. Of je moet heel erg van schapen houden. Maar die lopen in Texel overal. Van die kou was afgelopen week niets blijven hangen. We hadden over het geheel genomen prachtig weer maar waren dit keer zelf de enige mensen die we kenden.

Ondertussen woedde in de gemeente Meerssen een zware en gure storm. Dankzij een keur van moderne communicatiemiddelen bleven we er goed van op de hoogte. Op Texel bleken we dus in de praktijk iets minder weg van huis dan we hadden gedacht en ook wel gehoopt, eigenlijk. Het ultimatum van de wethouders – wij, het College, treden af als jullie, de Raad, niet kiezen voor herindelen met Maastricht – hing als een zwaard van Damocles boven besluitvorming door de Raad. De keuze was: herindelen, fuseren óf ‘draconisch bezuinigen’. Andere smaken waren er voor het College niet. Inmiddels zit de raadsvergadering erop en zijn we getuige geweest van een heftig potje armworstelen.

Op een uiterst moeilijk moment in de geschiedenis van de gemeente kozen College en Raad ervoor lijnrecht tegenover elkaar te staan in plaats van de problemen gezamenlijk te lijf te gaan. Waar verbinding nodig was, werd op voorhand ingestoken op power play. Gebakken peren, dus. Iedereen in de kou. Alleen maar verliezers. Het wijst op een diep geworteld onvermogen elkaar vertrouwen te geven en consequent het gemeenschappelijke te zoeken. Dat wreekt zich vooral als er zich geen gemakkelijke oplossing voor een probleem aandient. Het enige anker dat je dan nog hebt, lijkt je eigen overtuiging. Die dan vervolgens je grootste vijand wordt omdat die je nooit dichterbij de anderen brengt. Niet in de politiek.

Vinkmag ad

Lees vorig bericht

Jack Aarts: “Daarmee verlies je als wethouders het vertrouwen”

Lees volgend bericht

Hoe zit het? 5 vragen en antwoorden over de politieke crisis