Honger en Dorst

Ik las in de krant, meer precies het Volkskrant Magazine. Het was zaterdagmorgen. Het was een rustige nacht geweest. Het raam had opengestaan en ik had het rolgordijn geen enkele keer horen klapperen. Ook toen ik opstond was de wind nog steeds hevig afwezig. Ik had de krant van de grond achter de voordeur geraapt, wat gegeten en koffie gemaakt. Ik kwam bij de bladzijdes die over Gent gingen. Het toeval wilde dat we daar nog niet zo lang geleden geweest waren. Bij de passage over De Fanfare Van Honger En Dorst, een lied geschreven door Gentenaar Lieven Tavernier, was ik er weer even terug. Voor mij hebben de Vlaamse steden, ook op de plekken waar ze zich op hun mooist tonen, een verdrietig rafelrandje.

Ik kan die steden ook niet zien zonder dat de boeken van Louis Paul Boon en Hugo Claus zich aan mij opdringen. Mijn herinnering aan Gent dwong me naar You Tube. Ik trof er de fanfare in de versie van Jan de Wilde, maar verloor me al snel ook in die van Tavernier zelf, van Gerard van Maasakkers –  té Brabants -, van Thé Lau – prachtige Lage Landen Blues – en van Huub van der Lubbe – had zich er beter niet aan gewaagd. Hoe dan ook, mij bezorgt De Fanfare Van Honger En Dorst altijd weer een setje mooiste vijf minuten van mijn leven. Wat een virtuoos vertellende tekst vol weemoed op muziek die snijdt door de ziel. Ik mag graag zo nu en dan diep wegzakken in zoveel eenvoud. Ik heb dat ook bij muziek van Bruce Springsteen en Bob Dylan, Blowing in the wind.

Maar, goed, nu we het toch over honger en dorst hebben, er zijn dus berichten dat de gemeente daar binnenkort ook mee te maken krijgt. En dus beter kan fuseren met Maastricht. Ik wil het daar eigenlijk niet over hebben maar toeval bestaat niet. Even naar een van de tekstregels in de Fanfare Van Honger En Dorst: De prijs voor de vrijheid in ruil voor wat centen. Laat ik het algemeen houden: ik vind dat alles sowieso wel eens wat minder kan. Ik stel dan ook voor dat we niet meer praten over groeifondsen maar over krimpfondsen. Dat het Rijk en de provincie initiatieven steunen die insteken op kleiner en minder en dat je dan toch nog van welvaart mag spreken. Kleiner en minder met de schoonheid van tevredenheid.

En dan nog iets. We stoppen met praatprogramma’s. We praten allemaal veel te veel. We stappen over op luisterprogramma’s. Iemand vertelt iets en dan moeten de deelnemers proberen na te vertellen wat er verteld is. En als je dan vertelt wat je gehoord hebt, ben je af. Maar als je het goed navertelt, mag je door naar de volgende ronde. En wie dat alle ronden volhoudt, die heeft gewonnen en mag zelf iets zeggen. En dan weer van voren af aan. We noemen zo’n programma bijvoorbeeld: Niet voor je beurt. Maar het kan ook: Houd je mond en luister eens heten.

Vinkmag ad

Lees vorig bericht

Religieus erfgoed afl.1: Heilig Hart van Jezuskerk

Lees volgend bericht

Mondkapjesplicht en horeca dicht