Vrouwen

Met enige regelmaat verschijnt er een boek waarin het verhaal van een moeder wordt verteld. Laatst nog door Jan Brokken in De tuinen van Buitenzorg. In de Nederlandse literatuur gingen onder andere Maarten ’t Hart (Magdalena) en Adriaan van Dis (Ik kom terug) hem voor. Waarom ik daarover begin? Nou, van de week zaten we met de kleinste van drie jaar te eten. Het is in dit verband belangrijk te weten dat wij voor onze kleinkinderen weliswaar oma en opa zijn maar in het dagelijks verkeer noemen ze ons bij de voornaam. En van belang is dat wij behalve van borden ook van lapjes eten. Het zijn fraaie patchwork placemats van de hand van mijn moeder. Dat voor nu over mijn moeder. En, vroeg mijn L. aan die van drie, weet jij wie die gemaakt heeft? Dat wist ze niet natuurlijk. Oma Rietje, zei L.. De kleine keek bedenkelijk. Wie is dat, vroeg ze. Dat is de mama van Paul, wees L. naar mij. Maar die is dood. Bedenkelijk ging over in fronsen. En jouw papa en mama? Tja, zei L., ook dood. Oh, zei ze. Ze dacht na, zoveel was wel duidelijk, ze vond het een interessant gesprek, over een volgende vraag. Die kwam: En jullie dan? Nou, zei L., wij niet, wij leven nog. Goh, dacht ik. Maar daarmee was de conversatie nog niet af. Ze haalde nog even diep adem, keek L. indringend aan en vroeg: En de volgende keer? Om naadloos over te gaan naar een volgende hap vanillevla. Ze wil later trouwens treinmachinist worden, dat jullie het even weten. Ja, dat verraste ons ook. 

En nu we het toch over vrouwen hebben, vrijdag troffen me twee foto’s in de Volkskrant. Centraal hetzelfde beeld: jonge vrouw op schouders van vriend, hoog oprijzend uit menigte. De ene foto liet zien hoe het de woensdag ervoor in het Vondelpark was geweest, de andere hoe eind zeventiger en begin tachtiger jaren de disco de jeugd in zijn greep hield. Vooral de foto die Joris van Gennip in het Vondelpark maakte, greep me op de een of andere manier. Het was een foto om eens goed te lezen. Behalve het meisje stak er nog zo het een en ander boven de menigte uit. Vanzelfsprekend de bomen in het park. Verder het standbeeld van Joost van den Vondel en een kerktoren. De bomen van alle tijden, de jonge vrouw van nu, de schrijver uit de Gouden Eeuw en de kerk van de Middeleeuwen. Een lange geschiedenis in één beeld gevangen. Toeval, natuurlijk, want de fotograaf viel ongetwijfeld – net als ik –  voor die jonge vrouw: voor iedereen te pronk, genietend van zichzelf en de aandacht, op een vitaal voetstuk. Het is mooi weer, de temperatuur is goed, het voorjaar kietelt het lichaam meedogenloos wakker. Hier ben ik, kijk mij, even geen ophok, even uitdagen, even rebels, nog even geen moeder. Even Lorelei in het Vondelpark.

Lees vorig bericht

Uitgelicht: vliegveld, vaccinaties & jeugd tijdens corona

Lees volgend bericht

Bibliotheek Meerssen ontvangt subsidie voor gezinsaanpak