Bloemen

Er hangen vandaag – het is zondag – versoepelingen in de lucht. Maar, moeten we daar blij mee zijn? Ik las in Volkskrant Magazine wat COVID-19 met mensen kan doen, sociaal gezien. De indruk bestaat dat we allemaal smachten naar algehele ontophokking, maar niets is minder waar. Nogal wat mensen voelen zich door COVID-19 bevrijd van een onaangename bulk sociale ballast. Het geleuter bij de koffieautomaat, de prietpraat op verjaardagen, het quasi relaxte gebabbel op feestjes, ze moeten er niet meer aan denken. Die waren de pre-corroniaanse overprikkeling stiekem al langer meer dan zat. Dat is de ene kant. De andere: dat je sociale contacten mist maar angstig bent geworden. Je moet niet denken aan de drukte op markt, festival, in de foyer van de schouwburg. Ze trekken zich terug, zonderen zich af. En er zijn mensen die gewoon doorgaan waar ze gebleven waren.

Ik herken mezelf het meest in de groep die blij is dat we eens een tijdje meer op onszelf hebben geleefd. De aanleiding was en is zwaar ruk maar het sociale isolement sloot prima aan bij mijn hekel aan lang vergaderen, drukke recepties, toespraakjes, de veel te grote keuze uit media, vertier, kennissen, hobby’s, de noodzaak van onderhoud van huis en tuin. Er sloop een aangename traagheid, kalmte en rust in het dagelijkse leven in gezin en familie waarin werk al langer geen rol speelde. Pure luxe, dus en ook makkelijk praten. Ook zagen we de worsteling van papa’s en mama’s met jonge kinderen en een veel van hen eisende baan. Maar dan blijkt jeugd een troef die je als oudere niet meer in je mouw hebt.

Ik wilde het trouwens over bloemen hebben. Juist omdat we sociaal gezien tijd overhouden, is er ruimte in de geest – en ook voldoende verveling – om langer stil  te staan bij onbenulligheden. Ik noem: de bos bloemen. Toevallig hebben we er de laatste weken nogal wat van in huis gehad. Mijn conclusie: Er zit ontwikkeling in. De bos bloemen heeft een historie en die is de spiegel van relevante maatschappelijke ontwikkelingen. Uit mijn jonge jaren ken ik het bosje fresia’s, de bos anjers, de bos tulpen: iedereen was hetzelfde. Helder. Ergens in de laatste decennia van de vorige eeuw waren er opeens de gemengde boeketten: een beperkte selectie verschillende bloemen, lekker compact, alle stelen even lang, geen enkele bloem echt bijzonder. Wat zegt dat? De mensen begonnen al wat van elkaar te verschillen, maar niemand sprong eruit. En dan de boeketten van de laatste tijd: Veel verschillende, bijzondere en excentrieke bloemen, weinig neutraal en verbindend groen ertussen, verschillende lengtes. Ze staan voor individualisering, in je eigen kracht staan, er volop mogen zijn, van top tot teen zichtbaar in een glazen vaas. Sociaal allemaal verder van elkaar maar nog net wel één boeket. En nu vraag ik me af: Wat gaat al dat gedoe met identiteiten betekenen voor de bos bloemen. En: Wat vinden jullie, is deze materie rijp voor een universitaire leerstoel?

Lees vorig bericht

Alliantie hoopt op hulp van waarnemend Gouverneur Remkes

Lees volgend bericht

College heeft aanmerkingen op locatie pinautomaat